brodernabunyak.reismee.nl

Van huisbazen en Shanghai

'Mei you wen ti'. Deze keer ben ik het die het verlossende woord spreek. Het is het einde van drie en half uur onderhandelen met Meneer Li. Die ons twee dagen daarvoor verraste met een onaangekondigd bezoek omdat hij onzeker was geworden over de voortgang van het opzetten van ons bedrijf. Erg dom van me om dat niet te onderkennen, ik behoor in ons team toch de specialist te zijn in het rustig houden van stakeholders. Ik geef de schuld aan de taal- en cultuurbarriere maar dat is hoogstens een oorzaak, geen excuus. We zijn twee maanden verder en al onze voortgang is onzichtbaar voor hem. We boden hem eerder aan regelmatig te rapporteren maar dat vond hij toen niet nodig. Nu boemerangt dat terug.


Na twee uur heen en weer gepraat over allerlei ondergeschikte zaken, Meneer Li bleef weigeren de twee grote issues die wij zelf in te brengen hadden te bespreken, kwam de aap uit de mouw - Meneer Li's angst voor eventuele politieke consequenties van samenwerken met ons “laowai” was reden voor hem om te overwegen de samenwerking te beëindigen. We mochten eens spionnen zijn... Brian maakte dit punt eerder mee in het samenwerken met Chinese zakenmannen en hij herkent het probleem zodra onze advocate Xu Ying begint de woorden van Meneer Li te vertalen. Terwijl zij na de vertaling weer druk in gesprek is met Meneer Li, fluistert Brian me in: 'Biedt hem aan om hem kopien van alle officiële documenten die wij indienen bij de overheid toe te sturen. Je zult zien dat het probleem dan is opgelost.'


Zodra de overheid groen licht geeft, of ingeval van China een rode stempel, is de burger gerust. Zo ongeveer. In een compleet verpolitiekt land als China, zeker gezien vanuit het standpunt van een oudere zakenman die zijn geld heeft verdiend binnen dat systeem en dan ook nog eens voornamelijk aan overheidsrelaties, is het een zeer begrijpelijk standpunt. En Brian had gelijk, zodra ik het voorstel doe zien we Meneer Li's houding veranderen. Was hij voor dat moment zenuwachtig, hij zat te schuiven in zijn stoel, aan zijn riem te plukken, zijn ogen schoten heen en weer, na dat moment was hij weer de Meneer Li die we kennen. Rustig, bedaard, zeker van zichzelf. Een vreemde gewaarwording, zo'n enorme verandering in de houding van een ervaren zakenman. Het geeft waarschijnlijk de diepte van zijn zorgen aan en ik denk dat wij blij mogen zijn dat hij ons nog de kans gaf zijn zorgen weg te nemen.


Na onze toezegging kwam Meneer Li ook over de brug. Zoals steeds is gebeurd. Hij geeft ons extra tijd om het bedrijf op te zetten, tijd die we dankzij onvoorspelbare bureaucratische stappen hard nodig hebben. De eerste stap in het administratieve proces is het organiseren van “gelegaliseerde kopien paspoort” van alle vijf de investeerders en dat bleek meteen een ingewikkelde, tijdrovende en dure aangelegenheid. Stap een: met onze paspoorten naar onze respectievelijke ambassades in Beijing om er gecertificeerde kopien van te laten maken. Gelukkig hadden Joachim en Nico dat in Bangkok al gedaan toen ze daar waren, voor die van mij, Jo en Brian is Brian naar Beijing gevlogen. Stap twee: de kopien naar onze vaderlanden sturen voor legalisering door de Ministeries van Buitenlandse Zaken aldaar. Stap drie: met de gelegaliseerde documenten naar de Chinese ambassade in onze vaderlanden voor certificering. Stap vier: de documenten terugsturen naar China en indienen bij de lokale overheid. Onze moeders zijn er maar druk mee geweest en in geval van Duitsland bleek het niet te regelen zonder dat er iemand voor naar Duitsland vloog. Nico moest in ieder geval nog terug om andere zaken af te handelen dus hij is de gelukkige die het in Duitsland mag regelen. Het proces heet “investor name pre-approval” en is de toegangspoort voor het opzetten van een bedrijf. Zonder die kopien gebeurt er hier niets.

 

Naast de extra tijd die hij ons geeft om onze zaken op orde te krijgen, vertelt hij ons dat de uitbater van het restaurant in de tuin van ons hotel zich niet aan de afspraken met hem houdt. Hij wil graag dat wij het restaurant overnemen. Ik vertel hem dat wij geen budget  hebben om nog eens 150.000 yuan extra aan huur op te hoesten. Wanneer hij dat argument van tafel wuift met de uitspraak 'Dan betaal je die huur toch achteraf' kijken Brian en ik elkaar aan. Enerzijds bevestigt dat ons gevoel dat het deze man niet zozeer om de centjes gaat maar vooral om bevrijdt te zijn van de zorg voor het pand. Belangrijk, gezien het feit dat hij het hotel verhypothekeert heeft en wij ons zorgen maakten over zijn financiele positie. Zijn falen in Dali zou ons het hotel in Jinghong kunnen kosten, de bank zou het onder ons gat vandaan verkopen. Dat punt wordt verder opgelost doordat hij toezegt de hypotheek over te brengen op een ander pand. Anderzijds biedt het ons de controle over het bijna het gehele gebouw, iets wat we graag willen maar eerder over twee of drie jaar hadden verwacht. En gewenst. Zodat het spreekwoord 'Pas op wat je wenst, straks krijg je het nog!' hier opgeld doet. Maar we hebben het restaurant de afgelopen tijd goed in de gaten gehouden en afgaand op de aantallen gasten die we zien moet er een positieve cash flow uit komen. Zodat we het risico kunnen nemen. Ik vertel hem 'Geen probleem!' en we lopen de deur van zijn kantoor uit, blij, heel erg blij.


De dag erna vlieg ik naar en Shanghai en mijn bezoekje aan die stad werd een geslaagde poging bevestiging te vinden waarom ik in Jinghong blijf. Ik ben in Shanghai neergestreken in het appartement van Agnieszka, een Poolse die ik een tijdje terug in Jinghong leerde kennen toen ze hier vakantie vierde van haar beslommeringen als fotografe in Shanghai. Midden in de French Concession zoals het heet, het centrum van de stad en het hart van het gebied waar de Fransen ooit begonnen handel te drijven met Chinezen. Het lijkt op Parijs met haar prachtige door bomen omzoomde lanen en in Franse stijl gebouwde huizen en er hangt eenzelfde cosmopolitische sfeer door de restaurants, lunchrooms, bars, clubs en boutiques, bevolkt door expats. Voornamelijk Fransen.


Ik had er vanaf het begin een haat-liefde verhouding mee. Genietend van de atmosfeer in de tuin van een heerlijk klein Thais restaurant zie en hoor ik mensen om me heen van het type “Tien jaar in China hoor, maar ik spreek geen woord Chinees en daar ben ik trots op!”. Tijdens een bezoek aan een club genaamd Manifesto - de eerlijkheid gebied me te zeggen dat Agnieszka me er voor waarschuwde maar ik moest het natuurlijk weer zelf ervaren, eigenwijze zak patat die ik ben – draaide mijn maag zich om door de sfeer die er hing. Precies dezelfde sfeer die ik in Utrecht vaak voelde in de cafe's rondom het Janskerkhof, plaatsen waar dertigers - ook die van in de veertig - hun vertier zoeken, en die ik in het verleden zo waardeerde maar nu vreselijk ben gaan vinden. Vermeerderd met de koloniale houding van de bezoekers die zich uitdrukt door alles wat Chinees is te beschimpen. Dus niet zo vreemd dat er werkelijk niet een Chinees te vinden was. “Prijsvraag: welk restaurant maakt de beste humus in Shanghai?” las ik in een van de vele expat glossies. Ehm... Mensen die naar China komen met maar een ding in hun hoofd en dat is hun levensstijl meenemen en hier voortzetten. Met een hoop meer besteedbaar inkomen.


Na vijf dagen rondlopen en de sfeer proeven, kleren kopen want ik moet er de komende tijd zeker in de contacten met de lokale overheid als “managing director” van The Balcony wel een beetje presentabel uitzien, en goed eten was ik blij dat ik terug mocht naar Jinghong. Terug naar mijn kleine en overzichtelijke leventje hier, in een rustig en zonnig stadje op het Chinese platteland waar ik steeds bekenden tegenkom wanneer ik er doorheen wandel, waar de Westerlingen die er komen altijd in vakantie stemming zijn en de lokale bevolking vriendelijk en lachend naar ons kijkt, waar inmiddels ons wildvreemde taxi chauffeurs al precies weten dat wij de laowai zijn die een hotel gaan beginnen en waar Tian Tian op me wacht.


Teruggekomen meld ik me in Mekong Cafe. Ik was er al een tijdje niet geweest behalve om wat interviews met sollicitanten af te nemen. De weken voordat ik naar Shanghai ging had ik wat mensen om me heen die liever naar MeiMei Cafe gaan, en Greg, de eigenaar, laat me dat voelen. Hij had verder het fantastische idee om LiQiang, mijn voormalige vriendin die naar Jinghong was gekomen om... tja, ik weet ook niet waarom, een baan aan te bieden. En dat moest natuurlijk gedoe opleveren. Ik zit er te praten met Xiao Tian – onze vertaalster en lerares Chinees en niet te verwarren met Tian Tian – en twee andere mensen, wanneer LiQiang aan onze tafel verschijnt en een scene maakt. Die eindigt met haar poging een glas bier naar me te gooien, ik weer het glas af dat vervolgens Xiao Tian tegen het hoofd raakt. Heel vervelend incident maar gelukkig geen ernstige verwondingen. Wel met het gevolg dat Greg haar ontslaat en ze Jinghong weer zal verlaten. Maar goed ook.


De dagen erna loop ik af en toe bij MeiMei binnen om te zien of Tian Tian al terug is van haar bezoek aan de provincie Jiangxi. Nieuwe hippe kleertjes aan, vers geschoren hoofd en een goed gemoed. Eergisteren was het zo ver, ze loopt het terras op samen met haar zus en gaat binnen zitten. Ik zit buiten aan een tafel met een stuk of tien mensen die een Hongkong kungfu film aan het schieten zijn. Een gekke Zweed uit Beijing, een mooie Israelische uit Kunming en zo nog wat meer samengeraapt volk zoals dat steeds weer gebeurt in Yunnan. Samen met “David the Destroyer” zoals hij nu door ons wordt genoemd. David is de Engelse journalist die mij interviewde voor een artikel van zijn hand over Jinghong en die ons in contact bracht met zijn editor bij de South China Morning Post. Het resultaat daarvan hebben jullie inmiddels gezien. David houdt van een glaasje en etentjes met hem lopen altijd uit op veel te veel baijiu. Vandaar zijn bijnaam. De derde in drie maanden. De eerste was “George”, een op het eerste gezicht wat rare bijnaam voor iemand die David heet maar hij lijkt een beetje op George Clooney. De tweede was Baijiu David en nu dus David the Destroyer.


Ik verlaat de tafel en schuif aan bij Tian Tian en haar zus. Lang leve Google Translate en iPhone4. De avond eindigt met de tijdens onze vorige ontmoeting afgesproken wandeling langs de rivier waarna ik haar met de taxi bij het huis van haar zus afzet. In tegenstelling tot onze eerste ontmoeting deze keer wel een prettig afscheid. Ze gaat met een dag of tien terug naar Taipei.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!